Pastoe, hoe de zucht naar vernieuwing leidde tot tijdloze klasse, van wandmeubel tot draadstoel

 

Pastoe bestaat sinds 1913. Frits Loeb (1889-1959) had een winkel aan de Ganzenmarkt in Utrecht. Hij besloot om eigen meubels te gaan produceren in een kleine ambachtelijke timmerfabriek.  Zijn bedrijfsleider en ontwerper was D.L. Braakman (1885-1966). De zaken gingen goed. De firma groeide uit tot een groot meubelproductiebedrijf met verschillende verkooppunten in Nederland. In 1918 verhuisde de fabriek naar het Rotsoord in Utrecht.

Vanuit de zagerij was er direct toegang tot de kade van de Vaartse Rijn. Daar zou de fabriek gevestigd blijven tot eind 2015. De boomstammen werden via schuifdeuren naar de droogruimte getransporteerd.  De fabriek krijgt de naam: “Utrechtse Machinale Stoel- en Meubelfabriek (UMS). Het doel is om vernieuwende meubelen te leveren aan het grote publiek. De ontwerpen waren afgeleid van de Amsterdamse Stijl en hadden Art déco en Scandinavische invloeden. De meubelen kenmerkten zich door afgeronde vormen en lichte houtsoorten. In een tijd waarin donkere en zware meubelen de norm waren, was dat een gewaagde keuze.  UMS hunkerde naar een modernere vormgeving maar het verkocht niet.

 

Toen brak de oorlog uit. Tijdens de tweede wereldoorlog werd de fabriek compleet ontmanteld. De UMS werd in vergelijking met andere meubelfabrieken harder getroffen. Frits Loeb was van Joodse komaf en als Joods eigendom werd het bedrijf direct onder de controle van het Duitse gezag geplaatst.  Vanaf 1942 moest de familie Loeb onderduiken. In 1944 werd het bedrijf zodanig leeggeplunderd dat het bedrijf definitief werd gesloten. Het grootste deel van de machines werd op transport gesteld naar Duitsland. Ook het archief ging in die tijd grotendeels verloren.

Na de oorlog nam Frits Loeb zijn plaats in het bedrijf weer in. Met vijf werknemers werd opnieuw begonnen in het pand aan de Vaartse Rijn. De directie koos voor een vooruitstrevende koers met strakke, moderne lijnen en een sobere stijl. De door de Duitsers gestolen machines werden voor een deel  teruggevonden in Duitsland. Het bedrijf groeide gestaag uit naar honderd werknemers. Er werden nieuwe hallen gebouwd en de bestaande fabriek werd uitgebreid. Eerst werden vooral meubels gemaakt in opdracht van V&D en de Bijenkorf. De collectie moest in alle soorten inrichtingen passen vandaar de naam passe-partous. Later werd dat vertaald in de merknaam PasToe. Door de moderne vormgeving werd het bedrijf een grote naam in binnen- en buitenland.

De zoon van Braakman, Cees Braakman nam in 1948 het werk over van zijn vader. Tijdens een studiereis door de Verenigde Staten maakt hij kennis met de baanbrekende meubels van gebogen multiplex van Charles en Ray Eames. De ontwerpen van de Finse Alvar Aalto maakte eveneens veel  indruk. Braakman wilde flexibele meubels die aansloten bij de kleinere Nederlandse woningen en de bescheiden financiële middelen die de Nederlandse huishoudens rond die tijd tot hun beschikking hadden.

Vanaf 1957 ontstonden de geometrische kastelementen die de consument de mogelijk boden kastruimte uit te breiden tot elk gewenste formaat.  Het systeem was gebaseerd op een hoeklijst waarop in vier richtingen planken en andere onderdelen werden gemonteerd. Zo ontstond de meubelen-naar-maat-serie. Deze serie werd in 1957 op de elfde Triënnale in Milaan onderscheiden met een zilveren medaille en in België bekroond met Le Signe d’Or. Naast het flexibele kastsysteem werden er ook conventionele kasten geproduceerd zoals de U+N uit 1958.  

In reclametechnisch opzicht was Pastoe ook zeer vooruitstrevend. Het presenteren van het merk gebeurde op een innovatieve wijze. Rond 19650 werden illustraties van bekende grafici zoals Dick Bruna, Otto Treuman, Theo Stradman en Harry Sierman gebruikt. Vanaf 1964 werd ook de vooruitstrevende fotografie van Ed van der Elsken, Paul Huf, Jan Versnel, Eddy Posthuma de Boer en Cas Oorthuys ingezet.

 Door alle jaren heen handhaafde Pastoe een kenmerkende, consistente sobere stijl in vormgeving, het handelsmerk van Pastoe. Tot eind jaren zestig waren de ontwerpen zeer in trek. Daarna raakte het bedrijf langzamerhand in verval. In 1976 werd Pastoe zelfs overgenomen door de familie Wijers uit Amsterdam. Rond 1980 waren er nog ongeveer vijftig man aan het werk en leek het einde van het bedrijf in zicht.

In de jaren ’80 kwam er een nieuwe directie en deze doet nieuwe aanpassingen. Meubelen worden niet alleen gezien als gebruiksvoorwerp maar ook als autonome objecten in de ruimte. Er is niet alleen meer een focus op bergmeubelen maar ook op zitmeubelen. Pure vormgeving, ambachtelijke productiecapaciteit en streven naar technische innovatie blijft de core-bussiness van Pastoe. Deze herkenbare stijl heeft Pastoe tot op de dag van vandaag behouden. Het dressoir L 160 , de Amsterdammer (een staande kast met rolluik) en de Vision (een kastsysteem waarvan het basismodel in 1969 werd gepresenteerd) zijn al zeer vele jaren de topstukken van Pastoe.  

Begin 1916 heeft heeft het bedrijf Pastoe een nieuwe plek gevonden in Houten. Wat de fabriek betreft, deze is nu industrieel erfgoed geworden. In de fabriek vind je nu een restaurant, ‘de Zagerij’. Deze heeft de prachtige oude stijl van de oorspronkelijke Zagerij behouden. Bovendien geeft de ligging aan het water je de mogelijkheid om op een zomerse dag daar te genieten van een drankje of een heerlijk gerecht. In de overige ruimtes zijn de Hoge School voor de Kunsten en een aantal creatieve ondernemers gevestigd.

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *