Het Rietveld Schröderhuis, tijd heeft geen impact

 

 

Eindelijk heb ik een bezoek gebracht aan het Rietveld Schröderhuis. Heel vaak erlangs gefietst, nooit afgestapt. Dat heb ik vorige week toch nog goed gemaakt. Ik vond het heel bijzonder. Binnenstappen in het woonhuis van Gerrit Rietveld en Truus Schröder. Zij vonden elkaar in hun gemeenschappelijke visie op design en architectuur. Hun stijl was zeer vernieuwend en ging dwars tegen de heersende stijl van die tijd in. Zo leefden zij ook. De aantrekkingskracht resulteerde niet alleen in dezelfde smaak maar ook in hun liefde voor elkaar. Beiden getrouwd met een ander kregen zij een relatie. Na overlijden van de echtgenoot van Truus ontwierpen zij samen dit huis en woonden en werkten zij daar samen. Het was aanvankelijk het tweede huis van Gerrit. Na de dood van zijn vrouw nam hij definitief zijn intrek.

Het huis is gebouwd in 1924 en Truus is er tot haar dood, in 1985, blijven wonen. Gerrit Rietveld heeft het voor haar ontworpen. Truus kocht de grond en was de opdrachtgever.  Het ontwerp werd een gezamenlijk project want Truus wist heel goed wat zij wilde.

Toen was het huis een vreemde eend in de bijt. Gebouwd in Utrecht tussen de architectuur van meer dan 100 jaar geleden: deftige, statige hoge huizen, rode bakstenen, dakpannen en glas-in-lood. Deze deftige huizen waren maar een paar jaar eerder gebouwd dan het Rietveldhuis. Wat een contrast.  Het ‘gekke’ huis werd het genoemd of de ‘witte blokkendoos’. Het leek een anarchistische daad van een dwarse architect. Een statement tegen de truttigheid. Het huis kenmerkte zich door de strakke lijnen, scherpe hoeken, platte dak, gladde, wit gestucte buitenmuren en grote brede ramen, zwart omrand. Sommige delen staken uit, sommige delen vielen terug. De balkons leken te zweven. Kenmerkend is ook het kleurgebruik, zowel buiten als binnen. Buiten werden de primaire kleuren rood, geel en blauw toegepast.

 

De rood-blauwe stoel

Nu is het een zeer druk bezocht museum. Bezoekers vanuit de hele wereld komen kijken. Het interieur is met replica’s van de zo typerende Rieveldstoelen samengesteld. We zien niet alleen de wereldberoemde rood-blauwe stoel en de kratstoel, een eenvoudige stoel van verpakkingsmateriaal, bedoeld als zelfbouwpakket.  Maar ook de plankenstoel ook wel de Berlijnse stoel genoemd. Deze stoel heeft een asymmetrische constructie die is opgebouwd uit vier planken en drie smalle latten. De afzonderlijke delen werden wit, zwart of grijs geschilderd. De stoel lijkt te zijn opgebouwd uit willekeurige geplaatste vlakken. De lattenconstructie en de zitting lijken één geheel. Ook zijn laatst gemaakte stoel, de Steltman uit 1963, is te zien. Als bezoeker kan je op deze stoelen in de hal plaatsnemen om het zitcomfort te ervaren.

De kratstoel

Aan de muur hangen enorme grote foto’s van Gerrit en Truus op jonge leeftijd. Er is een kastenwand met boeken over Gerrit Rietveld en  ‘De Stijl’. De stroming die hij zo bewonderde en die hij toepaste in zijn ontwerpen.

De Berlijnse stoel

In een kleine kamer wordt een documentaire getoond over het werk van Rietveld. De vader van Gerrit, Jan Rietveld had een eigen meubelmakerij. Hij maakte meubelen die in die tijd zeer populair waren. Zware, robuuste meubelen. Het waren kopieën van historisch stijlen: neogotisch, Oud-Hollands, Lodewijk XV, barok. Gerrit had er niets mee. Zijn andere broers wilden of konden echter niet werken in de meubelmakerij. Hij was de enige die overbleef. Vanaf zijn elfde jaar werkte hij al in de werkplaats. Tekenen en ontwerpen waren de grote passies van Gerrit. Hij was daarbij gefascineerd door helder maatverhoudingen. Soberheid verkoos hij boven decadentie.

De Steltman

Later vertrok hij bij zijn vader en ging zijn eigen meubels maken. Zijn eerste werk was het bankstoeltje. Hij maakt meubels in een zuivere pure vorm. Poten, zitting en rugleuning met vurenhoud, gezaagd in latten van 10 cm die hij in haakse hoeken in elkaar zette. Een plank belegd met een losse lap tuigleer diende als zitting en een tweede strook leer vormde de rugleuning. De stoel zat zo in elkaar dat het leek alsof de latjes elkaar zijdelings raakten. Geen lat teveel. Terug naar de essentie. Slank en licht. Een geboorte van een icoon.

Truus Schröder woonde tijdens haar eerste huwelijk in een oud, hoog en statig pand in Utrecht. In dat huis heeft zij zich nooit thuis gevoeld. Zowel de woning als het interieur vond ze afschuwelijk. Haar man had echter een conservatieve smaak. Ze was zeer geïnteresseerd in kunst en architectuur en  las hier veel over. Gerrit Rietveld ontmoette ze voor het eerst in dat huis. Gerrit kwam met zijn vader mee toen er een bureau werd afgeleverd. Hij werkte toen nog bij zijn vader. Tussen Gerrit en Truus was direct een klik. Ze merkten dat ze op één lijn zaten qua smaak. Truus kreeg in haar echtelijke woning een eigen kamer. Zij gaf Gerrit de opdracht deze voor haar in te richten. Het resulteerde in ‘het-kamertje-met-de-mooie-grijzen’ en in een verhouding.

De keuken

Toen de man van Truus overleed kocht zij een stukje grond aan de rand van Utrecht. Truus wist altijd heel goed wat ze wilde en dat realiseerde zij in dit huis. Zij gaf Gerrit de opdracht een huis te bouwen. Het werd een uniek, vernieuwend en een eigenzinnig project. Tot de dag van vandaag is het een toonbeeld van moderne architectuur. De wensen van Gerrit en Truus werden in dit huis samengebracht. Een huis met lage plafonds en geen vensterbanken. Deuren en kozijnen kregen zo min mogelijk profilering. De inrichting moest transparant, open, ruimtelijk, sober en licht zijn. Buiten kreeg het huis de primaire kleuren rood, geel en blauw. Zowel binnen als buiten werden de kleuren grijs, wit en zwart toegevoegd. Met donkerblauwe houten panelen konden de ramen van binnen worden afgesloten. Het huis stond tussen oude statige panden maar er was aan de andere kant van het huis een prachtige zicht op de natuur. Truus wilde contact voelen met haar omgeving. Er werd een hoekraam geplaatst dat bestond uit twee delen die direct op elkaar aansloten, zonder hoekstijl. Als deze ramen tegelijkertijd waren geopend dan was de hoek van de kamer geheel open. Een gevoel alsof je buiten staat werd gecreëerd.

De buitenkant van het huis leek op een blok. Recht omhoog met wat terugvallende of uitstekende gedeelten. Ramen waren breed maar niet hoog. De voordeur wasgeel. Een betonnen plaat leek te zweven en er kwam een pilaar die buiten begon en dwars door de muur een kamer binnenkwam. Stalen balken met H-profiel waren zichtbaar.

Binnen werd er voor die tijd zeer moderne toepassingen gebruikt. Dit resulteerde in stromend water, centrale verwarming en stopcontacten. Vanuit elk vertrek kon je naar buiten. Elke kamer had een buitendeur en een balkon. Het licht en ruimtelijke binnen werd gerealiseerd door schuifwanden. Er was een mogelijkheid voor één grote open ruimte maar elke kamer kon ook apart worden afgebakend. Dat was een grote wens van Truus. In de keuken kwam een luikje bij het raam waar de boodschappen in geplaatst konden worden. De vloeren bestonden uit een rechthoekig vlakkenpatroon ook weer in de primaire kleuren. Geheel naar de wens van Truus was er veel inbouwmeubilair. Opklapbare planken als bureau en een kast van gestapelde kubussen.

Omwonenden konden deze stijl niet begrijpen en er werd schande van gesproken. Maar bij de bezichtiging van dit pand was ik vooral enorm onder de indruk van de gedurfde en vooruitstrevende visie van Gerrit en Truus. Nog steeds lijkt de tijd geen impact te hebben gehad op hun ontwerp.

 

Het Rietveldhuis is te bezoeken, kaarten zijn verkrijgbaar via de site van het Rietveld Schröderhuis.  Bezichtiging vindt plaats in groepen met begeleiding van een gids. Het Centraal Museum Utrecht heeft een doorlopende tentoonstelling van stoelen van Gerrit Rietveld.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *