FOR REAL, SHOWT DE TOP VAN DE BRITSE REALISTEN

Museum More is altijd een feestje om te bezoeken. Open, ruim en een oase van rust. Deze week opende de tentoonstelling ‘For Real’, een expositie van een topselectie van Britse Realisten.

Zo’n grote tentoonstelling van Britse realisten is nu voor het eerst buiten Groot-Brittannië georganiseerd. Te zien zijn 75 werken van 35 Britse realisten, daarvan zijn er 26 man en 9 vrouw. Dit geeft een rooskleurig beeld van de toenmalige verdeling. Tòch was in die tijd de man/vrouw verdeling onder kunstenaars in het Verenigd Koninkrijk een stuk gelijkwaardiger dan in Nederland. Daar waren vrouwen helemaal in de minderheid.

Meredith Frampton, A Game of Patience

We zien werken van onder andere: Meredith Frampton, Gerald Leslie Brockhurst, Christopher Nevinson, Stanley Spencer, Dod Procter, Hilda Carline, Winifred Knights en de zusters Zinkeisen. Ook onbekende namen zijn vertegenwoordigd.

Robert Baker, Eggs and Bacon

De bruiklenen komen uit de vooraanstaande collecties van onder andere Tate, National Portrait Gallery, National Galleries of Scotland, The Ashmolean Museum, Imperial War Museum, Royal Academy of Arts, Ferens Art Gallery, Stedelijk Museum Amsterdam en internationale particuliere collecties.

 

We zien het beste van de Britse Realistische schilderkunst uit de jaren ’20 en ’30. Deze periode kennen we als de Roaring Twenties. De eerste Wereldoorlog was voorbij. Er was een einde gekomen aan de politieke onrust. Een periode van voorspoed trad in. Halverwege de jaren ’20 kantelde dit beeld en was de voorspoed voorbij. Churchill kondigde grote bezuinigingen aan. De jaren ’30 kwamen en brachten grote werkloosheid en armoede, met name in de lagere klassen.

Edward Wadsworth, Rue de Fontaine Caylus Marseiles

De afbeeldingen in deze tentoonstelling zijn vaak typisch Brits. Het zo typerende Britse standsverschil, the Upperclass en the Workingclass zijn terugkerende thema’s in de werken. Opvallend veel vrouwen zijn zichtbaar. Hun rol in de samenleving was door de oorlog veel groter geworden. Vrouwen hadden gewerkt tijdens de oorlog in fabrieken. Zij waren zelfstandiger geworden. Dit uitte zich in hun gedrag, zij gingen roken en autorijden. Mode veranderde mee.

Mode werd in deze periode voor het eerst als heel belangrijk gezien. Vrouwen wilden zich niet meer houden aan conventionele regels. Mode was een middel om dat te laten zien. Door de stijging van de welvaart in deze periode konden mensen zich eindelijk luxe veroorloven en ook dat kwam tot uiting in de kleding. Een revolutie in de modewereld ontstond. De jurken werden korter en vrouwelijke rondingen werden verhuld. Een mannelijk silhouet was de norm. Accessoires werden belangrijk in de mode.

Doris Clare Zinkeisen, Elsa Lanchester

Vanaf het begin van de Eerste Wereldoorlog was abstracte kunst een voorbij station. Dat was internationaal het geval. War Painters werden vanaf 1917 uitgezonden naar de Europese slachtvelden en loopgraven. Hun waarnemingen kwamen bijna onvermijdelijk tot uitdrukking in een verhalend realisme met veel aandacht voor details. Vooral op het gebied van de menselijke figuur, het landschap en de gebouwde omgeving.

Na de Eerste Wereldoorlog was er in de  Britse kunst veel ruimte voor gewone mensen, alledaagse taferelen en het streven naar de perfecte weergave van de werkelijkheid. De geïdealiseerde voorstelling werd niet meer gewaardeerd. Kleding en achtergrond werd met een enorme precisie uitgevoerd. De schoonheid zat in het dagelijkse leven. Het opmaken van bedden, samen ontbijten of een kaartspel spelen werden vastgelegd. De taferelen leken vaak in scene gezet. Zichtbaar zijn invloeden van andere stijlen of periodes. De belichting leek afgekeken van de Oude meesters. Elementen uit de naïeve kunst waren zichtbaar. Italiaanse invloeden waren aanwezig omdat in die periode veel kunstenaars in Rome werkten.

De meeste kunstenaars waren streng opgeleid aan de Kunstacademie. Zij moesten ambachtelijke technieken toepassen en zich vooral toeleggen op het maken van ‘Britse kunst’. ‘Britse mensen’ en het ‘Britse landschap’ waren de centrale thema’s.

Er zal altijd een filosofische discussie blijven over de benadering van de exacte waarheid. Die waarheid zal nooit optimaal worden bereikt. De waarheid zal voor iedereen anders zijn en is afhankelijk van de zienswijze van de schilder. Vanuit het perspectief van de kunstenaar en via zijn werk worden wij deelgenoot gemaakt van zijn waarheid.

De Tweede Wereldoorlog veranderde de wereld zo volledig dat vanaf de jaren’50 tot en met ’70 de realistische schilderkunst misplaatst leek en tot op zeker hoogte taboe raakte. Abstracte kunst, pop art en op-art leken veel beter te passen binnen de tijdsgeest. Veel bekende realisten zoals Meredith Frampton, Stanley Spencer raakten bij hun leven vergeten en werden recent herontdekt.

Een gedeelte van de werken is afkomstig uit privécollecties. Ik vraag mij af of dat de reden is dat een aantal werken achter glas is ingelijst. De verlichting van het museum weerkaatste op het glas waardoor enkele stukken moeilijk zichtbaar waren. Dat was jammer. Maar de collectie is top en een bezoek meer dan waard. De tentoonstelling is te zien in Museum More in Gorssel t/m 5 januari 2020.

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *